Het meest actuele nieuws over het coronavirus in Fryslân vind je op onze coronaviruspagina.

Jolanda Wiersinga: "We moeten nog alert zijn"

Jolanda Wiersinga is ruim vijf jaar deskundige infectiepreventie bij GGD Fryslân. In deze coronatijd wordt haar functie meer gewaardeerd dan ooit. ,,Met de snelverspreidende coronavarianten kunnen we ons geen enkele fout meer permitteren, want het coronavirus slaat echt genadeloos om zich heen.’’

Van huis uit is Jolanda verpleegkundige. Na tien jaar is ze begonnen als deskundige infectiepreventie bij verschillende ziekenhuizen en werkt ze onder andere tien jaar bij het UMCG. Bij GGD Fryslân was Jolanda de eerste die aangenomen werd als deskundige infectiepreventie. Een belangrijke taak vanuit haar functie was om het resistent worden van bacteriën voor antibiotica ook buiten ziekenhuizen op de kaart te zetten. Dit vormt namelijk ook een gevaar voor de publieke gezondheid. ,,Nu wordt ingezien hoe belangrijk infectiepreventie is. Dat heeft corona opgeleverd.’’

Beperkte capaciteit

Begin januari 2020 hoorde Jolanda voor het eerst over SARS-CoV-2, zoals het coronavirus officieel wordt genoemd. ,,Na de berichten over de uitbraak in het Chinese Wuhan dachten wij: ‘Wat gaan wij hiervan meemaken? En bereikt het ons ooit?’ We hadden de eerste drie weken nog geen idee dat het een pandemie zou worden. Toen op 31 januari 2020 de coronacrisis in Italië begon brak niet veel later ook in Nederland de hel los. Ons grootste probleem in het begin was dat de testcapaciteit niet groot was en kennis en kunde over het virus nauwelijks voorhanden was. Vanuit ons vakgebied wilden we graag meer testen doen, maar door de beperkte capaciteit moesten we keuzes maken. De verspreiding raakte op enig moment in een stroomversnelling, waarbij we (nog) niet de middelen hadden om effectief te handelen en te testen. Dit virus was voor heel de wereld een nieuwe uitdaging! De verspreiding ging zo snel, daar waren we niet  op voorbereid. Het overviel ons.’’

""

Advies geven

Ook was er een tekort aan beschermende middelen, zoals medische mondneusmaskers. Dat had veel invloed op het werken binnen de VVT-sector (Verpleeghuizen, Verzorgingshuizen en Thuiszorgorganisaties). Het was aan Jolanda de taak om onder andere aan medewerkers van  zorginstellingen advies te geven. ,,Wij hielden en houden vast aan de adviezen en richtlijnen van het RIVM voor onder meer het gebruik van beschermende middelen en hebben dat ook steeds geprobeerd uit te leggen. In april 2020 werd de eerste testlocatie van de GGD in Fryslân geopend en nu kan iedereen zich laten testen op vijf verschillende locaties. Ook zijn er nu genoeg beschermingsmiddelen beschikbaar. Als afdeling infectiepreventie hebben we de prioriteit gelegd bij het adviseren aan medewerkers van zorginstellingen over testen, het gebruik van beschermende middelen en het desinfecteren van de handen. Bij een uitbraak denken we mee met de betrokken deskundige infectiepreventie van de zorginstelling en kijken we hoe de instelling  ingericht kan worden om ervoor te zorgen dat de andere bewoners niet besmet raken met het virus. Wij adviseren zowel de mensen op de werkvloer als de bestuurders over het beleid en alles wat er tussenin zit’’, vertelt Jolanda.

Huilende medewerkers

Zij heeft met eigen ogen gezien waar de zorgmedewerkers aan het bed tegenaan liepen. ,,Ik zag soms de wanhoop in hun ogen en ik heb met huilende medewerkers gesproken. De één na de andere bewoner raakte besmet en de helft kwam te overlijden. Verzorgenden wisten soms niet meer wat ze moesten doen. Frustratie, onmacht, er spelen zoveel emoties mee.’’ Wat de deskundige tegen de borst stuitte was de ongenuanceerde uitspraak dat het lage opleidingsniveau van verzorgenden een rol speelde bij het aantal besmettingen in verpleeghuizen. ,,Ga er zelf maar eens staan’’, denk ik dan. ,,Eén van onze belangrijkste taken naast het geven van scholing en advies was dan ook: begrip tonen.’’

In het zicht van de haven

Jolanda maakt zich zorgen wat er nu speelt in Nederland. ,,Als de cijfers weer wat omlaag gaan denken de mensen dat alles wel weer open kan, mede omdat ze bang zijn dat de economie kapot gaat. Maar in het zicht van de haven moeten we volhouden en alert zijn, zeker met de snel verspreidende varianten van het virus. We kunnen ons nu geen fouten veroorloven, want daar worden we genadeloos voor afgestraft. En ik snap dat het moeilijk is, ook voor ondernemers en andere beroepsgroepen. Ik heb zelf ook een privéleven. Onze kinderen zijn 15, 18, 21 en 25 jaar en ik zie hoe het ze raakt. Ik snap dan ook dat het voor jongeren echt heel moeilijk is. En waar ligt de balans? Toch is het belangrijk dat we ons nog even aan de maatregelen houden en dat mensen zich laten vaccineren. Dat is de enige manier om dit virus onder controle te krijgen.’’