Vogelgriep in Fryslân

Ook in de winter van 2021/2022 is de vogelgriep helaas weer in Fryslân geconstateerd. Raak gevonden dode en zieke vogels niet aan, meld de vondst en laat gebieden met watervogels met rust.

Deze pagina is bijgewerkt op 25 april 2022.

Meld dode vogels

Heb je als voorbijganger een dode wilde (water)vogel gevonden? Raak de vogel(s) niet aan, maar onthoud waar ze liggen en meld dit bij het Friese Milieualarmnummer: 058 212 24 22. Heb je dode hobbykippen of hobbyvogels? Meld dit bij je dierenarts.

Je kunt daarnaast ook een landelijke melding doen:

  • Op dezelfde plek 1 of 2 dode wilde eenden, zwanen of ganzen gevonden? Of minder dan 20 andere wilde vogels? Meld dit bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) of
  • Op dezelfde plek 3 of meer dode eenden, zwanen of ganzen gevonden? Of meer dan 20 andere wilde vogels? Meld dit bij het Landelijk meldpunt voor dierziekten via telefoonnummer (045) 54 63 188.

Informatie voor commerciële pluimveehouders met zieke of dode vogels is te vinden op de website van de NVWA.


Laat gebieden met (water)vogels met rust

Er zijn op dit moment geen Friese natuurgebieden afgesloten voor publiek. Probeer wel zo veel mogelijk de rust te bewaren in gebieden waar veel watervogels zijn. Mocht er in deze gebieden vogelgriep heersen, dan voorkom je door het gebied te vermijden de verdere verspreiding van vogelgriep. Daarnaast help je mee door in natuurgebieden het volgende te doen:

  • Blijf in de natuurgebieden op de paden;
  • Houd honden waar nodig aan de lijn;
  • Geef geen voer aan watervogels en
  • Laat vogels, vooral groepen watervogels, met rust: als ze opvliegen kunnen ze het virus verder verspreiden.

Meest gestelde vragen

Vogelgriep, ook wel Aviaire influenza genoemd, is een ziekte die zeer besmettelijk kan zijn voor pluimvee, zoals kippen, eenden en kalkoenen. Besmette dieren worden ziek en gaan vaak dood.

Vogels worden snel ziek na een besmetting en kunnen een paar dagen later al gestorven zijn. De verschijnselen lijken enigszins op botulisme, zoals ademhalingsproblemen, draaien met de nek en kop, niet kunnen staan of vleugels niet goed kunnen openen. Daarnaast worden symptomen genoemd als diarree en zwelling van de kop (met mogelijk blauwe verkleuring) en zenuwverschijnselen. Vogelgriep is alleen goed vast te stellen in het laboratorium.

In deze video van het NOS Jeugdjournaal van 8 november 2020 kun je een zieke gans in een Fries natuurgebied zien: 

Video over vogelgriep bij ganzen en eenden

 

Op de website van het RIVM is meer informatie te vinden over vogelgriep.

Wat moet ik doen als ik als voorbijganger dode of zieke wilde vogels vind?
Heb je een dode wilde (water)vogel gevonden, of zie je een zieke vogel met symptomen van vogelgriep? Raak de vogel(s) niet aan, maar onthoud waar ze liggen en meld dit bij het Friese Milieualarmnummer: 058 212 24 22. Je kunt daarnaast ook een landelijke melding doen:

  • Op dezelfde plek 1 of 2 dode wilde eenden, zwanen of ganzen gevonden? Of minder dan 20 andere wilde vogels? Meld dit bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) of
  • Op dezelfde plek 3 of meer dode eenden, zwanen of ganzen gevonden? Of meer dan 20 andere wilde vogels? Meld dit bij het Landelijk meldpunt voor dierziekten via telefoonnummer (045) 54 63 188.

Breng zieke wilde vogels met symptomen van vogelgriep niet naar een vogelopvang. De dieren die al in de opvang zijn kunnen dan namelijk ook besmet worden met vogelgriep.

Wat moet ik doen als ik dode wilde vogels op mijn eigen land vind?
Ben je boer, tuinder of beheer je een klein (natuur)terrein en vind je dode wilde vogels op je terrein? Je bent als terreinbeheerder zelf verantwoordelijk voor het opruimen van dode vogels op je eigen land. Hierbij wordt aangeraden extra beschermingsmaatregelen te gebruiken:

  • Raak de vogels niet aan;
  • Draag beschermende kleding, zoals een wegwerpoverall en wegwerphandschoenen;
  • Verpak de vogel(s) in een dubbele plastic zak en
  • Reinig en ontsmet alle materialen en vervoermiddelen die je hebt gebruikt om de dode vogels af te voeren.

Met de gemeente is het bespreken van maatwerk altijd mogelijk.

Wat moet ik doen als ik een dode vogel in mijn tuin vind?
Vind je als particulier een dode vogel in je tuin? Raak deze dan niet aan, maar neem contact op met je gemeente.

Waar moeten pluimveehouders dood pluimvee melden?
Zie je als veehouder of dierenarts pluimvee met symptomen die op vogelgriep kunnen wijzen? Dan moet dit direct worden gemeld bij het Landelijk meldpunt voor dierziekten via (045) 546 31 88. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de NVWA.

Ik heb dode hobbykippen of hobbyvogels, waar moet ik dit melden?
Dit kun je melden bij je dierenarts.

Wie ruimt dode vogels op?
De algemene regel is dat de grondeigenaar verantwoordelijk is voor het opruimen van dode vogels op het eigen grondgebied.

  • Gemeenten en terreinbeheerders (zoals It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) zorgen voor het opruimen van dode wilde vogels op hun eigen terreinen.
  • Boeren, tuinders en beheerders van een klein (natuur)terrein zijn verantwoordelijk voor het opruimen van dode vogels op hun eigen land.
  • De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor de bestrijding van vogelgriep bij pluimveebedrijven.

Dode vogels bij Lauwersoog worden opgeruimd (januari 2022).
Foto: dode vogels worden opgeruimd bij Lauwersoog (januari 2022).

Waar en wanneer worden dode vogels opgeruimd?
De natuurgebieden en buitengebieden zijn de verblijfplaats van veel wilde vogels. Je wilt ze liever niet verstoren door het opruimen van dode vogels. Dergelijke verstoring kan ertoe leiden dat vogels opvliegen en daarmee het virus verder verspreiden. Dode vogels kunnen een bron zijn voor infectie, omdat kadavers nog besmettelijk kunnen zijn, maar het kan ook doordat aasetende vogels zoals buizerds en zeearenden dode vogels eten en zo worden besmet. Daarom maken terreinbeheerders telkens een afweging om wel of niet dode vogels in buitengebieden op te ruimen.

De keuze om wel op te ruimen is onder andere wanneer dode vogels zich bevinden op plekken waar veel wilde vogels bij elkaar komen, zoals op hoogwaterrustplaatsen in de Waddenzee en op plekken waar aasetende vogels vaak foerageren.

Met het opruimen van dode vogels kunnen we de ziekte bij wilde vogels niet bestrijden. Dat is niet mogelijk. Er zijn helaas geen maatregelen om ze weer helemaal vrij te krijgen van het vogelgriepvirus.

Vogels raken besmet met het vogelgriepvirus door direct contact met besmette vogels, door opname van het virus via de lucht of via besmet materiaal zoals mest. Het vogelgriepvirus kan Nederland onder meer binnenkomen door trekvogels en import van pluimveevlees.

Het risico dat mensen vogelgriep krijgen is heel klein. Alleen personen die intensief en/of langdurig contact hebben gehad met besmette dieren lopen een klein risico op het oplopen van vogelgriep.

Op de website van De Nederlandse Voedsel- Warenautoriteit (NVWA) is op een digitale kaart te zien waar met vogelgriep besmette vogels zijn gevonden. Niet elke dode vogel wordt onderzocht op vogelgriep; daarom staan niet alle gevonden vogels op deze kaart.

Daarnaast houdt de NVWA op de website op een andere digitale kaart bij hoeveel dode wilde vogels in totaal zijn gevonden. Het gaat hierbij om vogelsoorten die gevoelig zijn voor vogelgriep.

Kunnen mensen ziek worden van vogelgriep?
In zeldzame gevallen kunnen ook mensen ziek worden door vogelgriep. Dit is bijvoorbeeld het geval als er sprake is van direct en intensief contact tussen besmette dieren en mensen. Mensen die ziek worden van vogelgriep hebben dezelfde symptomen als bij een gewone griep: koorts, hoofdpijn, spierpijn en hoesten. Soms komt oogontsteking (conjunctivitis) voor. De ziekte vogelgriep verloopt bij mensen meestal mild.

Wat moet ik doen als ik denk dat ik vogelgriep heb?
Mensen die de afgelopen 14 dagen in aanraking zijn geweest met vogels waarbij vogelgriep is vastgesteld en griepachtige verschijnselen ontwikkelen, kunnen het beste contact opnemen met hun huisarts. Voor algemene vragen over de vogelgriep bij mensen kun je GGD Fryslân benaderen via 088 229 99 99 of info@ggdfryslan.nl.

Hoe voorkom ik dat ik besmet wordt met vogelgriep?
Om het risico op besmetting zo klein mogelijk te houden kun je dode vogels het beste niet aanraken. Heb je toch dode vogels aangeraakt? Was jezelf dan goed met zeep en spoel je daarna goed af. Als je binnen twee weken na het aanraken van een dode vogel ziek wordt, dan is het verstandig om contact op te nemen met je huisarts.

Wat doet de GGD bij vogelgriep op een pluimveebedrijf?
Als er op een pluimveebedrijf vogelgriep uitbreekt, dan biedt de GGD personen die intensief contact hebben gehad met de besmette dieren virusremmers aan. Deze medicijnen verkleinen de kans dat mensen vogelgriep krijgen.

Beschermende kleding
Medewerkers van vogelopvangcentra en dierenambulances die veel in contact komen met vogels die (mogelijk) vogelgriep hebben worden aangeraden beschermende kleding te dragen als zij in de buurt van besmette dieren komen. Vooral mondkapjes zijn belangrijk, zodat ze geen besmette lucht inademen. Reinig en ontsmet ook alle vervoermiddelen.

Honden, katten en wilde zoogdieren
Gezelschapsdieren zoals honden en katten, en wilde zoogdieren zoals vossen en zeehonden kunnen vogelgriep krijgen. Dit is alleen zeer uitzonderlijk en na directe intensieve blootstelling: bij vossen en honden is de oorzaak vaak bijtcontact met besmette kadavers van vogels.

Je kunt voorkomen dat een hond het vogelgriepvirus krijgt door de hond aangelijnd te houden, zeker in natuurgebieden en op stranden waar veel watervogels zijn. De overdracht van het vogelgriepvirus van een hond naar mensen is nog nooit vastgesteld.

Laat ook katten niet vrij lopen in gebieden met veel wilde watervogels.

Meer weten?
Meer informatie over vogelgriep en de gezondheid is te vinden op de website van de RIVM en op de website van GGD Fryslân. Voor algemene vragen over de vogelgriep bij mensen kun je GGD Fryslân benaderen via 088 229 99 99 of info@ggdfryslan.nl.

Ben je hobbyhouder? Dan moet je tijdens een uitbraak van vogelgriep je pluimvee (kippen), (water)vogels en loopvogels afschermen. Je moet dan voorkomen dat je dieren in contact komen met zieke wilde vogels of hun uitwerpselen. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren in een volière of hok te houden.

Op de website van de Nederlandse Voedsel- Warenautoriteit (NVWA) wordt in een video uitgelegd welke maatregelen je kunt nemen.

Op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vind je alle actuele hygiëneprotocollen. Dat zijn tijdelijke maatregelen voor bijvoorbeeld transporteurs en pluimveehouders, zoals het ontsmetten van vervoermiddelen.

Kijk voor meer informatie op de website van NVWA over de actuele hygiëneprotocollen.

Laatste nieuws

Heb jij je wel eens afgevraagd waarom je gemelde dode vogel niet altijd (direct) op wordt opgehaald? Dode vogels worden in elk geval opgeruimd op locaties die gemakkelijk toegankelijk zijn én waar veel mensen komen. De reden daarvoor is om de kans te verkleinen dat mensen of hun huisdieren besmet raken met het virus door contact met dode vogels. Daarnaast beoordelen gemeenten en terreinbeheerders (zoals It Fryske Gea, Staatbosbeheer en Natuurmonumenten) of grote aantallen dode vogels in minder gemakkelijk toegankelijke gebieden worden opgeruimd.

Waarom wordt een gemelde vogel niet altijd (direct) opgehaald?

De natuurgebieden en buitengebieden zijn de verblijfplaats van veel wilde vogels. Je wilt ze liever niet verstoren door het opruimen van dode vogels. Een dergelijke verstoring kan bovendien ertoe leiden dat vogels opvliegen en daarmee het virus verder verspreiden.
Aan de andere kant kunnen dode vogels een bron zijn voor infectie, voor dieren zoals bijvoorbeeld honden wanneer ze in contact komen met de vogel. Of doordat aasetende vogels zoals buizerds en zeearenden of aasetende zoogdieren zoals zeehonden en marters de dode vogels eten. Daarom maken terreinbeheerders telkens een afweging om wel of niet dode vogels in buitengebieden op te ruimen.

De keuze om wel op te ruimen is onder andere wanneer dode vogels zich bevinden op plekken waar veel wilde vogels bij elkaar komen en daar grote aantallen dode vogels worden waargenomen, zoals op hoogwaterrustplaatsen in de Waddenzee en op plekken waar aasetende vogels vaak foerageren.

We moeten ons wel realiseren dat deze maatregelen niet bedoeld zijn om de ziekte te bestrijden laat staan uit te roeien. Dat is niet mogelijk, maar wel om de hoeveelheid virus in de omgeving iets te verlagen. Nu wilde vogelpopulaties besmet zijn geraakt met het hoog-pathogene vogelgriepvirus, kunnen we helaas geen maatregelen nemen om ze weer helemaal vrij te krijgen van dit virus.

Meer weten?

Meer informatie over de vogelgriep is te vinden op onder andere de website van Veiligheidsregio Fryslân,  de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de website van de Rijksoverheid.

In Scharnegoutum (provincie Friesland) is op een kleinschalige houderij met diverse watervogels vogelgriep vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant. Om verspreiding van het virus te voorkomen worden de circa 90 watervogels op het bedrijf door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geruimd.

In de 1 kilometer zone en in de 3 kilometer zone rondom het besmette bedrijf liggen geen andere pluimveebedrijven. In de 10 kilometer zone liggen drie pluimveebedrijven waarvoor het vervoersverbod per direct geldt.

Vervoersverbod

Een vervoersverbod heeft betrekking op alle vogels en broed- en consumptie-eieren vanaf een locatie met vogels. Ook geldt het verbod voor mest van vogels en gebruikt strooisel, en voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met gevogelte. Daarnaast gelden aanvullende regels voor de jacht, zo is het in dit gebied onder andere verboden te jagen op eenden of te jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren.

Landelijke maatregelen

Er gelden nog altijd landelijke maatregelen zoals een verbod op het bezoeken van vogelverblijfplaatsen van risicovogels, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Onder risicovogels vallen gehouden hoenderachtigen (zoals kippen), watervogels en loopvogels.

Ook de landelijke ophok- en afschermplicht is nog onverminderd van kracht. De ophokplicht geldt voor commercieel gehouden vogels, deze worden naar binnen gebracht (behalve fazanten en loopvogels). Voor niet-commercieel gehouden risicovogels (hoenderachtigen/kippen, (sier)watervogels en loopvogels), bijvoorbeeld in dierentuinen, kinderboerderijen en van eigenaren van vogels en kippen, en voor commercieel gehouden fazanten, sierwatervogels en loopvogels, geldt een afschermplicht. Op de website van de NVWA is meer informatie te vinden over hoe dit het beste kan. Ook is er een verbod ingesteld op het tentoonstellen van pluimvee, watervogels en loopvogels.

Traceringsonderzoek

In het kader van de besmetting op de locatie in Scharnegoutum wordt, zoals gebruikelijk, een traceringsonderzoek gedaan naar risicovolle contacten. Indien nodig worden naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek aanvullende maatregelen genomen. Deze eventuele aanvullende maatregelen worden via een update in dit persbericht, en via de online kanalen van het ministerie van LNV, gemeld.

In Blija (gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Friesland) is bij vleeskuikens op een pluimveebedrijf vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van de vogelgriep. Om verspreiding van het virus te voorkomen worden de circa 177.000 vleeskuikens op dit bedrijf geruimd. Op 100 meter afstand van het besmette bedrijf ligt een pluimveebedrijf van dezelfde eigenaar. Dit bedrijf met circa 45.000 vleeskuikens wordt preventief geruimd. De ruimingen worden uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In een zone van 1 kilometer rondom het besmette bedrijf liggen naast het hierboven genoemde pluimveebedrijf geen andere bedrijven. In het gebied van 3 kilometer rond het besmette bedrijf liggen 3 pluimveebedrijven, deze worden bemonsterd op vogelgriep. In de 10 kilometer zone rond dit bedrijf liggen 10 andere pluimveebedrijven. Voor deze zone geldt per direct het vervoersverbod.

Vervoersverbod

Een vervoersverbod heeft betrekking op alle vogels en broed- en consumptie-eieren vanaf een locatie met vogels. Ook geldt het verbod voor mest van vogels en gebruikt strooisel, en voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met gevogelte. Daarnaast gelden aanvullende regels voor de jacht, zo is het in dit gebied onder andere verboden te jagen op eenden of te jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren. Zie ook de regeling voor meer informatie.

Landelijke maatregelen

Er gelden nog altijd landelijke maatregelen zoals een verbod op het bezoeken van vogelverblijfplaatsen van risicovogels, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Onder risicovogels vallen gehouden hoenderachtigen (zoals kippen), watervogels en loopvogels. Zie ook de toelichting van de regeling voor meer informatie.

De landelijke ophok- en afschermplicht is nog onverminderd van kracht. De ophokplicht geldt voor commercieel gehouden vogels, deze worden naar binnen gebracht (behalve fazanten en loopvogels). Voor niet-commercieel gehouden risicovogels (hoenderachtigen/kippen, watervogels en loopvogels), bijvoorbeeld in dierentuinen, kinderboerderijen en van eigenaren van vogels en kippen, en voor commercieel gehouden fazanten, loopvogels en sierwatervogels, geldt een afschermplicht. Hierbij moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat de vogels in contact komen met zieke wilde vogels of hun uitwerpselen. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren in een volière te houden. Op de website van de NVWA is meer informatie te vinden over hoe dit het beste kan. Ook is er een verbod ingesteld op het tentoonstellen van pluimvee, watervogels en loopvogels.

Voor houders van leghennen, vermeerderingsdieren, vleeskuikens en eenden geldt nog steeds een aangescherpte meldplicht. Hierbij moeten pluimveehouders eerder melding maken bij de NVWA van uitval van hun pluimvee, waardoor besmettingen met vogelgriep eerder aan het licht kunnen komen en de kans op verspreiding kleiner wordt.

Traceringsonderzoek

In het kader van de besmetting op het bedrijf in Blija wordt, zoals gebruikelijk, een traceringsonderzoek gedaan naar risicovolle contacten. De NVWA kijkt in deze onderzoeken of er ‘riskant contact’ heeft plaatsgevonden tussen het besmette bedrijf en andere locaties. Een risicovol contact is bijvoorbeeld wanneer een bezoeker op een besmet bedrijf is geweest, en daarna een ander bedrijf heeft bezocht. Indien nodig worden naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek aanvullende maatregelen genomen. Deze eventuele aanvullende maatregelen worden via een update in dit persbericht, en via de online kanalen van het ministerie van LNV, gemeld.

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 december 2021, nr. WJZ/21311277, tot intrekking van de Regeling maatregelen beschermings- en bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Tzum 2021.

Download op de Rijksoverheid de ‘Regeling tot intrekking van de Regeling maatregelen beschermings- en bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Tzum 2021’.

In Tzum (gemeente Waadhoeke, provincie Friesland) is bij vleeskuikens op een pluimveebedrijf vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van de vogelgriep. Om verspreiding van het virus te voorkomen worden de circa 122.500 vleeskuikens geruimd. De ruiming wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In een straal van 3 kilometer rond het bedrijf ligt één ander pluimveebedrijf. Dit bedrijf wordt onderzocht op vogelgriep. Er liggen 14 andere pluimveebedrijven in een straal van 10 kilometer rondom het besmette bedrijf.

Er is per direct een vervoersverbod voor pluimveebedrijven afgekondigd in een zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Tzum. Een vervoersverbod heeft betrekking op alle vogels en broed- en consumptie-eieren vanaf een locatie met vogels. Ook geldt het verbod voor mest van vogels en gebruikt strooisel, en voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met gevogelte. Daarnaast geldt ook een jachtverbod in dit gebied.

Lees verder op de website van de Rijksoverheid.

In Lutjegast (gemeente Westerkwartier in Groningen, vlak bij de grens met Fryslân) is bij legkippen vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van de vogelgriep. Om verspreiding van het virus te voorkomen wordt het bedrijf geruimd. Het gaat om circa 48.000 dieren. De ruiming wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In een straal van 3 kilometer rond het besmette bedrijf liggen geen andere pluimveebedrijven. Binnen een straal van 10 km liggen er 19 andere pluimveebedrijven. Er is per direct een vervoersverbod voor pluimveebedrijven afgekondigd in een zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Lutjegast. Een vervoersverbod heeft betrekking op alle vogels en broed- en consumptie-eieren vanaf een locatie met vogels. Ook geldt het verbod voor mest van vogels en gebruikt strooisel, en voor andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met gevogelte. Daarnaast geldt ook een jachtverbod in dit gebied.

Lees meer hierover op de website van de Rijksoverheid.

Kijk voor meer nieuws over vogelgriep in ons

Samenwerking in Fryslân

In Fryslân werken onder andere de provincie Fryslân, Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Veiligheidsregio Fryslân samen aan de aanpak van vogelgriep. Met elkaar houden zij de situatie in Fryslân in de gaten en wordt bekeken welke maatregelen nodig zijn.

Meer weten?

Meer informatie over de vogelgriep is te vinden op onder andere de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de website van de Rijksoverheid.

Persvragen

Pers kan voor aanvullende informatie contact opnemen met team Communicatie van Veiligheidsregio Fryslân, T. 088 22 99 992 of communicatie@vrfryslan.nl.

Het NVWA beantwoordt vragen over ruimingen en ontsmettingen bij pluimveebedrijven: (088) 223 37 00 of persvoorlichting@nvwa.nl / pressoffice@nvwa.nl.